Vlechtwerk maak je met soepele twijgen of halmen: (een paar weken vroeger maaien voor) roggestro, of bunt (of pijpenstrootje) (voor bijenkorven, manden); hazelaar (leemwanden), kornoelje, maar vooral éénjarige scheut van de wilg (Salix), de wis voor manden, fuiken, stoelen…. (Vanaf het 2de jaar worden zijscheuten gevormd.)

In de griend of twijggaard steek je stekken dicht bij elkaar in de grond, zodat iedere wis lang en recht omhoog naar het licht groeit. Houd 40c m afstand tussen de rijen, en 10 tot 15 cm tussen de stekken. Het 1ste jaar zijn de wissen krom en van slechte kwaliteit.
Na de bladval in de vroege winter (december) oogst je de éénjarige twijgen.

Lmandenvlechtenaat je de geoogste wissen drogen met de schil erop, dan heb je brut werk. Hout met schors is sneller onderhevig aan insectenvraat dan geschild hout.

Als je wissen wil schillen moet je ze eerst koken. Gedroogde wissen moeten langer koken. Het hout kleurt dan bruin. Dit zijn gebufte wissen.

Je kan de wissen ook een winter met de voeten in water zetten. Ze gaan dan in het voorjaar uitlopen, bladeren en wortels vormen. In mei-juni, als de sapstroom goed op gang is, komt de schil tamelijk los te zitten. Dit is het moment om ze te verwijderen. Je krijgt dan witte wissen. Witwerk is duurzamer omdat er voedingsstoffen werden uitgespoeld en door de bladeren werden opgenomen. Wit materiaal is voedsel armer en daardoor minder aantrekkelijk voor insecten en schimmels.
Je kan ook rechtstreeks van de struik schillen, maar dit is minder duurzaam.

Je kan wissen ook klieven of op maat snijden.

Om schimmelvorming te vermijden moeten ze(maanden) lang en goed in de wind drogen. Best op een donkere plek om verkleuring te voorkomen. Door een paar jaar te liggen worden de wissen beter en harder.


Brute wissen dienen al naargelang de dikte, de soort en de temperatuur 7 tot 20 dagen in water te weken om ze in enkele dagen soepel te vlechten. Geschilde wissen hebben genoeg aan een paar uur water. Ze worden best 's avonds geweekt en nachts afgedekt in het gras of de dauw gelegd.
Ze drogen ook weer snel uit. In tegenstelling tot brute, kunnen witte wissen een paar keer geweekt worden.

mandenvlechten3Om een ronde mand te vlechten leg je 3 wissen op de grond. In het midden, dwars er op kruisend, weer 3. Door een twijg enkel keren over de ene en onder de andere bundel te weven, verbindt je dit kruis. Dan waaier je ieder bundeltje van 3 open en weef je afwisselend over en onder een twijg rond tot je de bodem groot genoeg vindt. Voor de opstaande kant plooi je de staken omhoog. Als de afstand tussen de staken te groot wordt, steek je er telkens een nieuwe tussen. Ook als de mand hoger moet worden dan de gebruikte staak moet je tijdig een nieuwe naast de bestaande mee vervlechten. De bovenrand verstevig je en werk je af door de opstaande staken mee rond of naar beneden te vlechten. Je kan handvaten uitsparen of aanvlechten. Je kan een tekening in het vlechtwerk krijgen door met twee wissen te vlechten i.p.v. een, en/of door over 2 stijlen te vlechten i.p.v. 1. Ik vind het makkelijker werken met een oneven aantal staken. Dan worden binnen en buitenkant van een stijl automatisch na iedere ronde gewisseld. Bij een even aantal begin je met 2 wissen gelijk, tegenover elkaar, te vlechten. Een overgang maak je gewoon door het dunne eind van een twijg enkele slagen te laten samenlopen met het dikke eind van de volgende.
Wil je een rechthoekige bodem, dan leg je wissen evenwijdig op de grond en weeft daar tussendoor.

Je kan patronen maken door per 2 of 3 wissen te vlechten of spijlen over te slaan.

 

Met fitsen (wissen twijnen) kan je een vogelkooi maken: twee wissen worden telkens gelijk voor en achter een tralie gekruist. Tussen iedere omgang kan je (tot 15) centimeters open laten. Ook geschikt voor (open) wasmanden.

gevlochtenstoelenAls je dikkere takken en/of kortere bochten wil vlechten (bv op tuinpanelen een eindbocht van 180°) kan je breuken beperken door de tak niet alleen (nat) te buigen, maar ook om zijn eigen lengteas te twisten, waardoor scheurende vezels elkaar enigszins op hun plaats houden.

Als je een omgekeerde mand als basisidee gebruikt, kan je met twijgen ook comfortabele stoelen vlechten.

Alle soepele scheuten zijn als vlechtmateriaal te gebruiken, ook els (Alnus), esdoorn (Acer pseudoplatanus), hazelaar (Corylus), hulst (Ilex), iep (Ulmus), kornoelje (Cornus Alba), linde (Tilia), pruim Prunus), sleedoorn (Prunus spinoza) , sneeuwbes (Symphoricarpos albus), tamme kastanje (Castanea sativa).
Of klimplanten als wilde wingerd, kamperfoelie (gekookt en geschild), hop, wijnranken, vlas, grassen, (iepen)schors.