Zowat alles kan, gedroogd en tot poeder gemalen, als pigment gebruikt worden. Maar sommige kleurstoffen vervagen snel, vooral onder invloed van licht. Hieronder enkele blijvers.

Purper uit slakken
De oude Grieken haalden de verfstof al uit een kliertje van een zeeslak: de purperslak. Ze gooiden duizenden kliertjes in een pot, mengden er zout bij en lieten alles in urine koken en indikken. Dit mengsel diende om wol te verven.
30.000 purperslakken leverden slechts 4 gram zuivere kleurstof op. Een kilo purper geverfde stof was 10 à 20 keer duurder dan een kilo goud! Als traditionele koningskleur staat purper nog symbool voor rijkdom en aanzien. Tegenwoordig kost deze natuurlijke kleurstof 2.000 euro per gram!


Rood uit luizen
naturaldyeKarmijnzuur is een rode kleurstof die in diverse schildluizen zit. De belangrijkste leveranciers worden al eeuwenlang in Zuid-Amerika en Mexico op schijfcactussen (Opuntia) gekweekt. De kleurstof komt uit het bloed en de eitjes. Massa’s schildluizen (Dactylopius coccus, cochenilleluis) worden verzameld, gedood, gedroogd, gemalen en gefilterd. Karmijn wordt nu nog veel gebruikt in voedingsmiddelen en cosmetica. Staat er E120 op, dan weet je dat er ‘luizenrood’ in zit.

Blauw uit steen
Lazuursteen of lapis lazuli: de naam komt van het Latijnse lapis: steen en het Arabische azul: blauw. Deze ondoorschijnende halfedelsteen heeft een diepblauwe kleur. De mooiste komen uit Afghanistan en Chili. De steen wordt vermalen tot een poeder dat verf een schitterende blauwe kleur geeft: ultramarijn of “van over de zee”.

Oker uit aarde
Aardkleur wordt vaak bepaald door het ijzer dat in de bodem zit. Dat geldt bijvoorbeeld voor gele en rode oker. Je kan ook pigment maken met vergruisde potscherven (baksteen, dakpan). Of bruin met tabak in urine, of ijzer in azijn.

Rood uit meekrap
Meekrap, ook wel mee of mede (Rubia tinctorum) is een plant uit Klein-Azië en het oostelijk deel van het Middellandse Zeegebied. Vanaf de 12de eeuw komt ze ook in Vlaanderen voor ( later ook in Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden). De ‘krapjes’ zijn de haakjes waarmee de anders liggende plant zich aan omringende vegetatie hecht en mee opricht.
De plant wordt 60-90 cm hoog en heeft kleine gele bloemen. De wortelstokken kunnen 50-100 cm diep gaan. Uit de wortels kan je Turks rood of kraplak halen dat vooral gebruikt wordt om textiel en leer te kleuren. De grondstof voor de rode kleurstof is alizarine, ze zit vooral in dunnere bijwortels. Meekrap leverde de grondstof voor de fel gekleurde, rode boerenzakdoeken. Jonge scheuten van de tweejarige plant werden door de modder gehaald en dan in goed bemeste grond geplant. De wortelstok wordt na drie jaar in september geoogst, een jaar gedroogd, en dan vermalen. Het poeder wordt met waterdamp en zuur behandeld. Daarna worden aluminium- en/of tinhoudende zouten toegevoegd. De verkregen kleurstof is dan in water oplosbaar en bruikbaar om weefsels te verven.

In 1868 werd in Duitsland ontdekt hoe alizarine langs synthetische weg kon worden bereid. De teelt van meekrap viel daardoor stil.


Indigo uit planten
Het blauw kun je uit verschillende soorten planten halen, zoals wede, een soort duizendknoop of de tropische indigostruik. Typische jeanskleur.

‘Alle kleuren zijn de vrienden van hun buren en de geliefden van hun tegengestelden.’ (Marc Chagall)
Het is blauw en niet zwaar? Lichtblauw.