De houtsnip (Scolopax rusticola) is met ongeveer 35cm lengte de grootste snipachtige van Nederland. De camouflagekleuren van de houtsnip zijn doeltreffend: een gespikkeld en gevlekt roestbruin verenkleed met zwart en beige.
houtsnipDe onderzijde is lichtbruin met dwarsstrepen. Hij heeft een ronde kop met ver naar achter staande ogen (360 graden zicht), en een zeer lange, rechte snavel.
Het voedsel van de houtsnip bestaat uit insecten: wormen, rupsen, sprinkhanen.
Door alleen het puntje van zijn snavel te openen in plaats van de hele snavel, kan hij wormen diep in de grond pakken. Bij het wroeten trippelt de houtsnip op de aarde, waarschijnlijk om zoals merels e.a. de wormen naar boven te lokken door deze regenimitatie.

De trek van de houtsnip is erg afhankelijk van de weersgesteldheid en brengt haar ook in moerassen en op heidevelden met ruig struikgewas.
Het broedgebied ligt in Groot-Britannië, Ierland, Noord-Europa, Azië en Japan.
In de winter treffen we de houtsnip aan in Engeland en Ierland, Zuid-Europa, langs de Middellandse Zee, en in Zuid-Azië. In Nederland komt hij zelden voor. In België is het een zeer schaarse vogel.
Hij is beschermd, behalve in Wallonië.

De houtsnip leidt in bosachtige streken een schuw en stil leven. Tot op het laatste moment blijft hij zitten, om dan opeens op te schieten en met grote haken weg te vliegen.

Een mannetjeshoutsnip paart elk seizoen met ongeveer vier vrouwtjes.

Het nest wordt op de grond in een bos met veel ondergroei gebouw. Het ligt meestal tegen een struik of een boomstam. Het is een eenvoudig kuiltje, bekleed met wat mos. Er worden 4 eieren in gelegd, roomkleurig, met bruine vlekjes. Het wijfje broedt ze uit in ongeveer 23 dagen.
De kuikens zijn ver ontwikkeld als ze uit het ei kruipen. Ze kunnen al snel voor zichzelf zorgen.


Als de watersnip (Gallinago gallinago) met wijd verspreidde staartveren een dalende baltsvlucht veroorzaakt het flapperen van de staartveren geluid dat lijkt op blaten. Hiermee imponeert hij vrouwtjes en mannelijke tegenstanders. Van daar de volksnaam hemelgeit.
Deze 23 tot 28 cm lange snipachtige heeft en de smalle lichte lengtestrepen op de rug leeft aan wateroevers waar hij in ondiep water en modderige poelen (zachte bodems) met zijn lange rechte snavel wormen en grondinsecten zoekt.

Ze broeden in ons land en trekken weg vanaf september. Het nest is een diep kuiltje met grashalmen en losse bladeren. Bij gevaar vertrouwt hij op zijn schutkleuren. Het vrouwtje legt tussen half maart en half juli 4 eieren, die na 19 á 21 uitkomen. Alleen het vrouwtje broedt. Mannetje als vrouwtje zorgen voor de kuikens, maar elk voor een eigen groepje.
In Vlaanderen komt deze beschermde vogel nog maar weinig voor.


“Lekker weertje hé?"
Waarop de andere snip antwoordt:
"Hou je bek, een snip kan niet praten."