Na het uitvinden van de blaaspijp rond het begin van de jaartelling door de Syriërs konden flesjes en glazen vorm krijgen.
Pas rond 1650 begon men wijn in flessen te bewaren. Met een stromantel beschermde buikflessen werden in Italië een fiasco genoemd.
De eerste cilindrische flessen die je plat kan stapelen, zien we pas op rond 1750.

glasblazenOmdat glas een slechte warmtegeleider is, kan een fles niet in één keer gemaakt worden. Halverwege het productieproces moet de inwendige hitte gelegenheid krijgen om de buitenkant, die is afgekoeld door contact met de metalen flessenvorm, weer op werktemperatuur te brengen. Flessen- en pottenmachines hebben daarom een 'voorvorm', waarin het product een voorlopige model krijgt. Daarna wordt het in een 'navorm'  definitief gevormd.

Je kan de gesmolten glasmassa aan een blaaspijp tot een bol of buis blazen. Die kan opengesneden en plat gedrukt worden. Dan gaat het in de koeloven.

Glasblazen aan de oven is de methode waarbij met een stalen pijp (of van klei) vloeibaar glas van ongeveer 1.130 graden uit een pot gehaald wordt, het zogenaamde keien. Door de pijp telkens rond te draaien wordt het glas op de pijp gecentreerd. Het vormen gebeurt met een (peren)houten vorm (de klots) en papier, die beiden altijd nat zijn. Het vocht geeft een stoomlaagje waardoor er een gladde afwerking ontstaat.
Door de pijp wordt lucht ingeblazen waardoor het object groeit.
Door telkens meer glas te keien wordt de massa groter en kan de bel verder worden uitgeblazen.

glashersmeltenAchter de pijp wordt een kerf gezaagd. Hier breekt later de vorm van de pijp.

Eerst wordt de vorm aan de bodem overgenomen met een klein stukje heet glas aan een stalen staf (pontil). De glasblazer koelt de kerf met water. Met een tik breekt de vorm van de kerf. Door verwarmen in een oven op 1.200 graden wordt het materiaal weer zacht en kan de opening afgewerkt worden. Als het klaar is gaat het in de koeloven. Het breukvlak van de pontil onder de bodem wordt later weggeslepen.