De egel (Erinaceus europaeus) is zeer nuttig in de tuin. Het is een belangrijke ongediertebestrijder die veel schadelijke insecten als rupsen eet. Hij meet 187 tot 310mm, heeft een staartje van 18-44 mm en is 12 tot 20 cm hoog. Hij weegt 258 tot 1375 gram, en vlak voor de winterslaap tot 1500 gram.

egelRug en flanken zijn bedekt met 5.000 tot 8.700 bruingrijze stekels (afhankelijk van de egel en de teller) van 15 tot 25 mm lang en ca. 1 mm breed. Iedere pen is hol en bestaat uit meerdere lagen keratine (hoornstof, onoplosbaar vezelig eiwit in o.m. nagels, eelt, veren).
De stekels gaan 18 maanden mee, dat is drie keer zo lang als een gemiddelde haar. Over vrijwel zijn hele lichaam loopt een koepelvormige staart-rugspier, die samentrekt als de kleine huidspieren zich aanspannen. Zo rolt hij zich ter bescherming in een stekelige bol.
Tijdens het lopen houdt hij de ca. 10 cm lange pootjes gebogen zodat de buik laag bij de grond blijft. Aan iedere poot zitten vijf tenen met een klauw.
In zijn spoor (achtervoet: 25 mm breed, 40 tot 45 mm lang, voorvoet: 25 tot 30 mm breed, tot 40 mm lang) zijn meestal alle vingers en tenen te zien. Egels kunnen best hard rennen, tot twee meter per seconde. Per nacht kunnen ze soms wel een paar kilometer afleggen. Egels zijn goede zwemmers maar ze verdrinken soms in tuinvijvers met steile oevers.

De egel heeft een uitstekend gehoor en reukzin waarmee hij insecten die zich drie centimeter onder de aarde bevinden kan ruiken. De ogen zijn slechter ontwikkeld, hij is bijziend. Hij heeft 36 tanden.

Hij kan op een paar uur meer dan tachtig regenwormen en/of kevers eten en 50 tot 70 gram (veertig slakken) in een nacht verorberen.
Kevers worden doorgebeten voordat ze worden opgegeten. Wormen gaan levend naar binnen. Ook o.m. duizendpoten, slakken, spinnen en pissebedden lust hij. Hij heeft een voorkeur voor zachtere ongewervelden.
Egels zijn insectivoren, maar eten ook appels, eieren, bessen, kikkers, vogeltjes, spitsmuizen en mollen, slangen.

Er wordt soms beweerd dat egels eieren en kippen roven.
Die eieren moeten dan wel klein zijn. Een kippenei is te groot voor de bek van een egel.
Als ze de kans zien pakken en eten ze ook vogeltjes. En als ze een dode kip vinden zullen ze die ook (langs achter) aanvreten. Maar kuikens en kippen (meervoud) doden? Een egelmaag is niet zo groot.

De egel is merkwaardig goed bestand tegen meerdere soorten gif. Zo kan hij bijvoorbeeld 35 tot 45 maal beter tegen adder- en wespengif dan een vergelijkbare cavia. Wespen- en bijensteken deren hem niet. Hij kan tegen een dosis arsenicum die vijfentwintig mensen zou doden.

Hij leeft solitair en is vooral in de schemering actief.
De winterslaap duurt in gematigde streken ongeveer van oktober tot maart of april.
Als de temperatuur onder de 10°C zakt maakt de egel een nest, een losse hoop dorre bladeren met een doorsnede van ongeveer 50 cm. Ik heb er bij het zeven in het najaar al meermaals in de composthoop gevonden.

Door het uitschakelen van zijn energietoevoer daalt zijn lichaamstemperatuur in zijn hol tot de omgevingstemperatuur van soms 5 graden. De hartslag vertraagt van 200 naar 9 per minuut,  ademhaling van 50 naar 4 per minuut. Zo gebruikt hij bijna geen reserves. Bij +6 graden wordt hij langzaam wakker, maar kan nog niet reageren. Hij kan daardoor verhongeren. Pas vanaf 12 graden wordt hij weer mobiel.

.

De paartijd duurt van april of mei tot juli. Na een langdurig en luidruchtig liefdesspel volgt een voorzichtige paring.
De draagtijd is 31 tot 39 dagen. De meeste jongen worden geboren in juni.
Er is meestal slechts een worp per jaar (in juni) van drie tot zes jongen van 10 tot 25 gram.
In de eerste maand ligt het sterftecijfer hoog (20-55%). Een egelvrouwtje heeft vijf paar tepels.

De belangrijkste vijanden zijn das (Meles meles), bunzing (Mustela putorius), vos, verhongering tijdens de winterslaap en vooral auto’s.
De gemiddelde levensverwachting is vier tot zeven jaar, met een maximum tot tien jaar.

De stekelvacht is moeilijk te verzorgen waardoor egels last hebben van veel parasieten: teken, mijten en vlooien.

Koemelk is slecht voor egels; de lactose in melk bezorgt ze hevige diarree.


Nomaden vinden hem, gebakken in klei, een lekkernij. In de Duitse taal hebben zigeuners de bijnaam "Igelfresser".

't Steekt me tegen, zei de egel en hij kroop op zijn vrouwtje.
 (Louis Baret)
'Vergissing!' zei de egel en stapte van de borstel af.