Duiven (Columbidae) zijn stevig gebouwde middelgrote vliegers met een ronde zware borst. Ze vliegen snel en veelal rechtlijnig. Het is de enige vogel die water met de snavel kan opzuigen.

duiven2Duiven worden reeds lang gehouden door de mens: als pluimvee om op te eten, als sierduif en ook als postduif vanwege hun fenomenaal oriëntatievermogen. In de (Tachtigjarige en Wereld)oorlog werden ze gebruikt om berichten over de vijandelijke linie te brengen.

Onder het Ancien Régime kende men het Duivenrecht. Alleen de adel en de geestelijkheid mocht duiven houden. De beestjes konden graan op de akkers gaan eten, zonder dat de landheer daar werk of kosten aan had. Hij had (en verhandelde) wel de lekkere brokken vlees. Later mochten ook boeren een duifhuis (of vleug of duiventoren) hebben.

De laatste weken van februari begint het kweekseizoen.
Het mannetje heet doffer en het vrouwtje duivin of duif.
Bij duivinnen is alleen het linker gedeelte van de eierstok ontwikkeld.
Ieder koppel krijgt z'n eigen broedhok (vak, kooi, schaal). Om te voorkomen dat ze in elkaars broedhok komen moet je ze eerst laten wennen. Sluit ze twee dagen op in hun eigen hok en daarna laat je ze om de beurt los.
Een duif broedt zestien tot achttien dagen. Bij het broeden wisselen de ouders elkaar af. De doffer broedt overdag en de duivin broedt de rest van de tijd.

duivenDe jongen worden blind en praktisch naakt geboren. In 24 tot 48 uur is hun gewicht verdubbeld. De eerste maand groeien de jongen enorm.

Na drie à zes dagen gaan de oogjes open. Na elf dagen krijgen ze veren.
De jongen worden met duivenmelk uit de krop gevoerd.

De moeder stopt het voeren na ongeveer zestien dagen, dan eet het jong zelf.
Na 25 dagen kan het jong al vliegen, en is het 25 tot 30 keer zo zwaar als bij de geboorte.


Hengelliefhebbers gebruiken duivenmest ook om aas te maken.