Omdat het een hele klus is om vuur te maken loont het de moeite om, als je vuur hebt, dit ook te bewaren. Dit kan door in een pot of gevlochten mandje vochtig mos, assen of zand als (onbrandbare) isolator te gebruiken en daar gloeiende kooltjes in te bewaren. Als ze niet te veel zuurstof krijgen blijven ze lang zachtjes gloeien. Door zuurstof toe te voegen gaan ze later weer gloeien of branden. Daartoe kan je er op blazen, of de pot aan een touwtje ronddraaien of te zwaaien (als een wierookvat).
vuur maken tonderzwamSchijnt ook te kunnen met een koeienhoorn of een koker van berkenbast. Het kooltje kan uit een brok tondelzwam, liefst het zwaarste en dichtste deel, bestaan. Als er te veel lucht bij het kooltje kan zal het maximum 1 tot 3 uur aanblijven. Je moet het voortdurend in het oog houden en regelmatig even aanblazen. En regelmatig het vuur voeden met nieuwe stukjes tondel of hout. Zoals alle technieken vraagt het oefening en ervaring om dit met succes te doen. Een vuurdrager zal in een groep dan ook wel een belangrijk persoon geweest zijn.
De pot kan ook een fijne handwarmer zijn in koudere streken en/of seizoenen.

Toen lucifers nog duur waren namen arbeiders die in het bos werkten een gloeiend kooltje mee om
een vuurtje voor koffie en warmte te maken, door het in een berkenzwam mee te dragen.

Het lijkt me niet onmogelijk vuur mee te nemen door de gloed in een bundeltje opgerolde bladeren te zuigen. Als je ze regelmatig terug aanzuigt kan een sigaar enkele uren aanblijven.
Het wereldrecord pijp aanhouden staat, voor slechts 3 gram tabak, op drie uur en dertig minuten en zestien seconden. Wie weet heeft er ooit een slimmerik aan zijn vuurpotje een pijpje gemaakt om de gloed geregeld aan te blazen, of te zuigen.

 

De rookloze Dakota vuurput

Om geen ongewenste aandacht te trekken en zo weinig mogelijk vuur en rook te maken kan je ondergronds stoken. Volgens het concept van een Rocket stove maak je een vuurput, met op korte afstand schuin naar de bodem daarvan een luchttoevoerpijp. Door de trek krijg je een snelle ontbranding met weinig rook. Boven de put plaats of hang je de kookketel. Na gebruik kan je grond en zoden terugleggen om alle sporen te camoufleren.